Zeven Paralympische Spelen gingen er voorbij voordat rolstoeltennis eindelijk in het programma werd opgenomen. De introductie tijdens de Paralympische Spelen in Seoul van het rolstoeltennis betekende voor Nederland een kans op vele medailles. Ons land was in 1988 toonaangevend in deze nieuwe Paralympische sport. De Nederlandse vrouwen stelden het publiek niet teleur en bezetten gedrieën het podium van het enkelspel. Chantal Vandierendonck was in een Nederlandse finale te sterk voor Monique Kalkman-Van den Bosch. Ellen de Lange moest de bronzen plak delen met de Amerikaanse Terry Lewis. In het mannentennis viel Nederland buiten de prijzen.
Barcelona 1992 kende bij het vrouwentennis opnieuw een Nederlandse finale, met dezelfde twee speelsters. Dit keer was het Monique Kalkman-Van den Bosch die met de titel aan de haal ging. In het vrouwendubbel vormde Van den Bosch samen met verliezend single-finalist Chantal Vandierendonck eveneens een gouden koppel. Het Amerikaanse duo Olsen/Seidemann werd eenvoudig aan de kant geschoven. De mannen bleven nog steeds achter bij de vrouwen en speelden geen rol van betekenis.
Bij de Spelen van Atlanta 1996 bestond het podium voor de tweede keer in de historie uit drie landgenotes. Monique Kalkman-Van den Bosch speelde haar derde opeenvolgende Paralympische enkelspelfinale. De titelverdedigster moest haar meerdere erkennen in landgenote Maaike Smit. Vandierendonck won, na eerder al goud en zilver te hebben veroverd, het ontbrekende brons. In de dubbelspelfinale prolongeerden Kalkman-Van den Bosch en Vandierendonck hun Paralympische titel.
Na alle successtory's voor de vrouwen was het in 1996 ook hét jaar van de mannen. Ricky Molier bleek in het enkelspel onverslaanbaar en schreef bij het mannentennis geschiedenis door als eerste Nederlander een gouden medaille te veroveren. In het dubbelspel voegde Molier aan de zijde van Eric Stuurman ook nog brons aan zijn palmares toe.
Tijdens de Paralympische Spelen in Sydney toonde Nederland voor de vierde keer een uitmuntende klasse. Nieuweling Esther Vergeer won met 6-0, 6-4 in de finale van Sharon Walraven. Het Nederlandse succes werd gecompleteerd door Maaike Smit. Een 6-0, 6-3 overwinning op Kimberly Dell uit Groot-Brittannië leverde haar het brons op. Ook het dubbelspel was voor de derde keer een prooi voor een Nederlands duo. Vergeer en Smit wonnen in twee sets (7-6, 6-2) de finale van Pupovac/Di Toro uit Australië.
De Nederlandse mannen stelden teleur in het enkelspel, maar in het dubbelspel boekten zij een groot succes. Na zijn bronzen plak van Atlanta beklom Molier met zijn nieuwe dubbelpartner Robin Ammerlaan nu de hoogste trede van het podium. In de finale versloeg het Nederlandse duo de Australiërs Hall/Johnson met 7-5, 1-6 en 6-3.
In Athene herhaalde Esther Vergeer haar huzarenstukje van vier jaar eerder, door twee gouden medailles te winnen. In de enkelspelfinale versloeg ze landgenote Sonja Peters, die daarmee beslag legde op het zilver. Met Maaike Smit won Vergeer opnieuw de dubbelfinale. Ook was er weer succes bij de mannen. Robin Ammerlaan was de sterkste in het enkelspel. Het brons van Bas van Erp maakte het Oranjefeestje op de Atheense tennisbanen compleet.
In Beijing voltooide Esther Vergeer haar trilogie, door opnieuw goud te winnen in het enkelspel. In de finale versloeg ze haar landgenote Korie Homan. In de dubbel revancheerde Homan zich. Samen met Sharon Walraven won ze goud, ten koste van Jiske Griffioen en Esther Vergeer, die deze keer genoegen moest nemen met zilver. In het mannenenkelspel was er in Beijing zilver voor Robin Ammerlaan en brons voor Maikel Scheffers.