Goalbal wordt gespeeld door twee teams van drie spelers, met maximaal drie wissels per team. De spelers dragen tijdens de wedstrijd blinderingsmaskers, zodat personen met verschillende visuele handicaps samen kunnen spelen. Het spel bestaat uit twee helften van tien minuten. Goalbal wordt gespeeld op een rechthoekig veld, van achttien meter lang en negen meter breed. Beide speelhelften worden door twee lijnen in drieën verdeeld. De lijnen zijn tastbaar, zodat de spelers weten waar ze zich in het veld bevinden.
Het doel is over de volle breedte van het veld. Het gaat erom een bal in het doel van de tegenstander te rollen, terwijl de verdedigende spelers proberen de bal met hun lichaam te blokkeren. Doordat in de bal een belletje is bevestigd, kunnen de spelers horen waar de bal zich bevindt en welke richting hij gaat. Tijdens het spel wordt volledige stilte vereist in de omgeving van het speelveld, zodat de spelers zich optimaal kunnen concentreren en adequaat reageren.
De spelers moeten de bal onderhands gooien. Een geworpen bal moet het veld raken voor deze de middellijn passeert. Zodra het verdedigende team in balbezit komt, moet de bal binnen acht seconden worden gespeeld. Iedere speler mag niet meer dan dan twee opeenvolgende worpen voor zijn rekening nemen.
Voor het overtreden van de regels kunnen persoonlijke en teamsancties worden toegekend.
De ploeg die na twintig minuten speeltijd de meeste goals heeft gemaakt, is de winnaar. Staat er aan het eind van de reguliere speeltijd een gelijkspel op het scorebord, dan wordt de wedstrijd met twee periodes van drie minuten verlengd. Als de stand daarna nog gelijk is, worden vrije worpen genomen.