Het alpineskiën staat open voor mannen en vrouwen en voor atleten met uiteenlopende beperkingen, zoals amputaties, rugletsels, cerbrale palsy, visuele stoornissen en les autres. 90

Classificaties

Het alpineskiën staat open voor mannen en vrouwen en voor atleten met uiteenlopende beperkingen, zoals amputaties, rugletsels, cerbrale palsy, visuele stoornissen en les autres. Wanneer als gevolg van een beperkt aantal deelnemers klassen worden samengevoegd, wordt een calculatiesysteem gebruikt, zodat atleten met verschillende beperkingen tegen elkaar kunnen uitkomen.

Er zijn in het alpineskiën dertien classificaties: zeven staand, drie zittend en drie voor atleten met een visuele beperking.

Visueel

  • B1 - Totaal blinde atleten
  • B2 - Gezichtsvermogen van 2/60 en/of gezichtsveld van minder dan 5 graden
  • B3 - Gezichtsvermogen van 2/60 tot 6/60 en/of gezichtsveld tussen de 5 en 20 graden


Staand


  • LW1 - dubbele bovenbeenamputatie of vergelijkbaar
  • LW2 - bovenbeenamputatie, gebruikmakend van één ski en stokken
  • LW3 - dubbele onderbeenamputatie/ CP5, CP6
  • LW4 - skiërs met een onderbeenamputatie, gebruikmakend van een prothese, twee ski's en stokken
  • LW5/7 - skiërs met arm- of handamputaties, die geen gebruik kunnen maken van stokken (LW5/7-1, LW5/7-2, LW 5/7-3)
  • LW6/8 - skiërs met één arm- of handamputatie, gebruikmakend van één stok (LW6/8 -1, LW6/8 -2)
  • LW9 - disfunctionaliteit van een arm en een been (amputatie, CP, verlamming), (LW9/1, LW9/2)


Zittend

  • LW10 - monoskiërs (hoge ruggenmergbeschadiging), (LW10/1, LW10/2)
  • LW11 - monoskiërs (lage ruggenmergbeschadiging)
  • LW12 - monoskiërs (dwarsleasie of dubbele amputatie), (LW12/1, LW 12/2)